Criminaliteitscijfers vertellen niet het hele verhaal. Ook hoe inwoners hun woonomgeving ervaren, heeft gevolgen voor hun gezondheid, gedrag en deelname aan de samenleving. Door veiligheidsbeleving op buurtniveau te onderzoeken, kunnen gemeenten beter begrijpen waar problemen ontstaan en welke aanpak lokaal nodig is.
Door middel van deze blog wil ik een viertal punten maken:
Veiligheidsbeleving is onderdeel van sociale veiligheid, wat refereert naar bescherming tegen bedreigingen die door mensen worden veroorzaakt. Sociale veiligheid laat zich weer onderverdelen in objectieve en subjectieve sociale veiligheid. Met betrekking tot objectieve sociale veiligheid kan worden gedacht aan indicatoren zoals de hoeveelheid geregistreerde criminaliteit in de buurt. Subjectieve sociale veiligheid – ook wel veiligheidsbeleving genoemd – gaat om de subjectieve inschatting van veiligheid en wordt gemeten aan de hand vragen zoals: ‘Hoe veilig voelt u zich in uw woonomgeving?’ of ‘Hoe groot acht u de kans dat u wordt overvallen in uw woonomgeving?’.
Het is mogelijk dat iemand objectief gezien in de meest veilige buurt van Nederland woont maar zich alsnog onveilig voelt. Het is aantrekkelijk om te denken dat misdaadcijfers meer zeggen over de veiligheidssituatie in de buurt dan de beleving van veiligheid, maar soms is wat er zich in de hoofden van inwoners afspeelt belangrijker dan de ‘daadwerkelijke’ situatie.
Een negatieve veiligheidsbeleving (of deze nu overeenkomt met de werkelijke situatie of niet) kan samengaan met fysieke en mentale gezondheidsklachten.1 2 Daarbij is veiligheidsbeleving een multidimensioneel concept en heeft het cognitieve (gedachten), affectieve (gevoelens) en conatieve (gedragsmatige) aspecten.4
Het gedragsaspect omvat vooral de gevolgen van een negatieve veiligheidsbeleving, zoals het vertonen van vermijdingsgedrag. Bijvoorbeeld: als bewoners van een buurt uit angst ’s avonds de straat niet meer opgaan, kan dat meer ruimte bieden voor criminele activiteit in de buurt. Ook kunnen inwoners zich ‘beveiligen’ in die zin dat zij bijvoorbeeld een extra slot op deur plaatsen of zelfs door te stemmen op een partij die belooft misdaad strenger aan te pakken.5
In mijn ogen benadrukt dit het belang van veiligheidsbeleving als indicator van de veiligheidssituatie in de buurt. Objectieve en subjectieve maatstaven zouden door gemeenten moeten worden gezien als twee zijden van dezelfde munt.
Ik heb onderzocht wat het effect is van buurtkenmerken op de veiligheidsbeleving in de buurt. Buurtkenmerken werden daarbij opgesplitst in:
De veiligheidsbeleving wordt daarnaast beïnvloed door de media, de maatschappelijke context en persoonskenmerken. Deze factoren zijn moeilijker of niet beleidsmatig te beïnvloeden in vergelijking met buurtkenmerken. Vandaar dat dit model over de invloed van buurtkenmerken het model van de beïnvloedbare factoren wordt genoemd.3 Om de veiligheidsbeleving van buurtbewoners te verbeteren, kunnen gemeenten zich dus het beste focussen op die factoren die het meest te beïnvloeden zijn, oftewel zaken in de directe woonomgeving.
Een ander voordeel van deze benadering is dat er door middel van statistische analyses kan worden berekend welke omgevingsfactoren in een bepaalde buurt de meeste invloed hebben op de veiligheidsbeleving. Daarbij kan het positief beïnvloeden van de ene omgeving positieve effecten hebben op andere omgevingen en niet alleen op de veiligheidsbeleving zelf. Het verbeteren van bijvoorbeeld de fysieke kwaliteit van de buurt kan er toe leiden dat er minder criminaliteit voorkomt. Dit kan tot gevolg hebben dat bewoners weer meer de straat op durven waardoor er weer meer sociale controle is in de buurt.
Het is niet zo dat Nederlandse gemeenten geen aandacht besteden aan de veiligheidsbeleving van hun inwoners. Zo bevat de Veiligheidsmonitor een hoofdstuk over veiligheidsbeleving met data op buurtniveau. Daarnaast kunnen gemeenten zelf enquêtes afnemen of via minder formele wegen signalen krijgen over de veiligheidsbeleving van inwoners. Gemeenten hebben echter nog te veel de neiging om te kijken naar de beleving op breder gemeentelijk niveau. Vooral in grotere gemeenten kan dit leiden tot een vertekend beeld van de veiligheidsbeleving.
Door mijn achtergrond in sociologie en werkervaring heb ik geleerd dat sociale problematiek zich zeer lokaal kan afspelen. De beleving kan sterk verschillen per buurt, en ook de factoren die daaraan bijdragen (en in welke mate ze dat doen) zijn vaak anders. Het verbeteren van de veiligheidsbeleving kan zich dus beter toespitsen op buurtkenmerken, omdat de belangrijkste determinanten zich veelal in de directe woonomgeving bevinden.
Als de achterliggende oorzaken voor de problematiek per buurt verschillen, dan is er mogelijk ook per buurt een andere vorm van interventie gewenst. Daarbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat het de vraag is of iedere gemeente een representatieve steekproef kan uitvoeren voor iedere buurt of wijk. Dit betekent echter niet dat gemeenten zich hiervoor niet zouden moeten inspannen.
Ondanks dat veiligheidsbeleving een subjectieve indicator is voor de veiligheidssituatie in gemeenten, kan het grote gevolgen hebben voor individuele inwoners en daarmee ook op de samenleving als geheel. Dit maakt het een even belangrijke component van de veiligheidssituatie als meer objectieve indicatoren. Om écht inzicht te krijgen in de oorzaken van een negatieve veiligheidsbeleving, zouden gemeenten zich meer moeten richten op de rol die kenmerken van de woonbuurt hierin spelen. De ene buurt is de andere niet, en dat geldt zowel voor de problematiek in de buurt als voor de achterliggende oorzaken. Dit pleit voor gerichte aanpak op buurtniveau. Het aantrekkelijke aan deze aanpak is dat het verbeteren van één van de vier genoemde omgevingen positieve effecten kan hebben op de andere omgevingen en daarmee de resulterende veiligheidsbeleving. Het slim inzetten van de data waarover gemeenten al beschikken en nieuwe data vergaren is daarbij essentieel. Iedere inwoner van Nederland heeft namelijk het recht om zich veilig te voelen, zeker in de eigen woonomgeving.
Bij Van Dam Datapartners geloven we sterk in de kracht van data en technologie om maatschappelijke organisaties zoals gemeenten te ondersteunen bij datagedreven werken. Onze adviseurs en consultants bieden praktische kennis en heldere inzichten om gemeenten te helpen veilig en verantwoord met datagedreven werken aan de slag te gaan. Meer weten over de manieren waarop wij gemeenten en andere maatschappelijke organisaties helpen? Neem eens een kijkje tussen onze klant cases of kijk een van onze webinars terug. We gaan uiteraard ook graag met je in gesprek!
1. Baum, F. E., Ziersch, A. M., Zhang, G., & Osborne, K. (2009). Do perceived neighbourhood cohesion and safety contribute to neighbourhood differences in health?. Health & place, 15(4), 925-934.
2. De Jesus, M., Puleo, E., Shelton, R. C., & Emmons, K. M. (2010). Associations between perceived social environment and neighborhood safety: Health implications. Health & place, 16(5), 1007-1013.
3. Eysink Smeets, M.W.B. en Meijer, S.E. (2013). CCV-webdossier Veiligheidsbeleving.
4. Jackson, J. en Gouseti, I. (2014). Fear of Crime. In: J.M. Miller (ed.). Encyclopedia of Theoretical Criminology. Wiley-Blackwell.
5. Smeets, M. E. (2016). Veiligheids-beleving in Rotterdam.
Duik in onze kennisbank voor nog meer artikelen, klant cases, whitepapers en webinars over dit onderwerp of ga direct met een expert in gesprek.
Wil je zelf ook verder met data, maar weet je niet waar je moet beginnen? In zulke situaties helpt het om eerst helder te krijgen waar je staat en wat je nodig hebt om verder te komen. Daarom werken wij met drie focusgebieden. Ze helpen je om je vraagstuk te kaderen en je koers te bepalen. Waar ligt jouw focus?