AI vraagt van gemeentesecretarissen geen diepere technische kennis, maar wel steviger bestuurlijk leiderschap. Want wie geeft richting, organiseert de verantwoordelijkheden en bewaakt publieke waarden wanneer AI steeds vaker onderdeel wordt van gemeentelijke processen en besluiten?
In Enschede wil het college de komende jaren tientallen banen en miljoenen euro’s besparen met AI en digitalisering. “Ik kan een lijst met vijftig toepassingen opnoemen die we zouden kunnen proberen,” zei wethouder Marc Teutelink (Louwes, 2025). Tegelijkertijd liet een landelijk onderzoek uit 2025 zien dat chatbots op gemeentewebsites eenvoudige vragen regelmatig niet of niet juist beantwoordden. Bovendien voldeed geen enkele chatbot aan de wettelijke eisen voor digitale toegankelijkheid en troffen de onderzoekers één datalek aan. Juist tussen bestuurlijke ambities en de dagelijkse uitvoeringspraktijk speelt de gemeentesecretaris een sleutelrol. Maar hoe doe je dat, als je primair een bestuurder bent en geen techneut?
AI maakt het werk van de gemeentesecretaris niet technischer. De grootste valkuil is juist het omgekeerde: AI behandelen als een ICT-project, iets voor de afdeling informatievoorziening. Want de vraag of en hoe AI verantwoord kan worden ingezet, is uiteindelijk geen technische maar een bestuurlijke vraag, precies het soort vraag waar een gemeentesecretaris zich mee bezig moet houden.
Tegelijk is enige nuchterheid op zijn plaats. Wethouder Alexander Scholtes (Amsterdam) noemt dit een ‘tussenperiode’: AI is “op de meeste gebieden nog te onderontwikkeld,” maar tegelijk “te krachtig en beschikbaar om te negeren.” Volgens hem houden gemeenten grip “door niet mee te gaan in het sprookje van bovenmenselijke intelligentie” (Gemeente Amsterdam, 2025, p.1.). De praktijk benadrukt die nuchterheid. Uit de jaarlijkse AI Monitor blijkt dat veel gemeenten inmiddels een visie op AI ontwikkelen, maar dat formeel beleid vaak nog ontbreekt (Hartholt, 2026). Ook is de informatiehuishouding lang niet overal op orde, terwijl die juist een belangrijke voorwaarde vormt voor verantwoorde inzet van AI. De rol van de gemeentesecretaris als strategisch bestuurder van AI is daarmee nog eerder een ambitie dan de dagelijkse praktijk. Juist daarom is sturing nodig.
De gemeentesecretaris is algemeen directeur van de ambtelijke organisatie én eerste adviseur van het college: de schakel tussen bestuur, organisatie en samenleving (Vereniging van Gemeentesecretarissen). In die positie komen de kwaliteit van de advisering, de inrichting van de organisatie en het bewaken van publieke waarden samen.
Die verantwoordelijkheid betekent echter niet dat de gemeentesecretaris alleen aan zet is. Besluiten over de inzet van AI zijn ook bestuurlijke en politieke keuzes. De wethouder legt hierover verantwoording af aan de raad, de raad stelt kaders en controleert, en de CIO is verantwoordelijk voor de technische inrichting en het beheer. De gemeentesecretaris is daarmee niet de enige regisseur, maar wel de spil die ervoor zorgt dat deze rollen op elkaar aansluiten. Zonder die samenhang dreigt de inzet van AI te verzanden in losse experimenten per afdeling.
De gemeentesecretaris hoeft geen AI-jurist te zijn. Wel moet hij of zij weten welke juridische vragen AI oproept en ervoor zorgen dat die op het juiste moment bij de juiste mensen terechtkomen. Want elk wettelijk kader vertaalt zich in een concrete vraag die iemand moet beleggen:
Soms gaat het verder dan papierwerk. AI-systemen die worden gebruikt bij besluiten over bijstand, uitkeringen of de toegang tot publieke voorzieningen kunnen onder Bijlage III van de AI Act als hoogrisicosysteem worden aangemerkt (European Parliament & Council of the European Union, 2024, bijlage III). Het systeem uit Rotterdam is een voorbeeld van een toepassing die onder deze categorie kan vallen. Voor zulke systemen verplicht artikel 27 van de AI Act een grondrechteneffectbeoordeling (de FRIA) voordat zij in gebruik worden genomen: wie wordt geraakt, welke risico’s ontstaan en hoe is het menselijk toezicht geregeld? (European Parliament & Council of the European Union, 2024, art. 27) In Nederland geef je daar invulling aan met het geactualiseerde Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA), onderdeel van het Algoritmekader (Rijksoverheid, 2026). Niet elke toepassing valt hieronder: generatieve AI zoals een chatbot geldt doorgaans als ‘beperkt risico’, waarvoor alleen een transparantieplicht geldt (European Parliament & Council of the European Union, 2024). Dit betekent dat de inwoner moet weten dat hij met AI te maken heeft. Hiervoor hoef je dus geen FRIA uit te voeren. Met de AI Omnibus, die op 16 juni 2026 door het Europees Parlement werd aangenomen, wordt de verplichting om voor bepaalde hoogrisicosystemen een grondrechteneffectbeoordeling uit te voeren uitgesteld van augustus 2026 naar 2 december 2027 (European Parliament, 2026). Maar uitstel is geen afstel: een serieuze grondrechtentoets kost al snel maanden voorbereiding. Het blijft dus zaak om nu al werk te maken van een AI-inventarisatie van jouw omgeving. Meer over deze AI-omnibus en wat dit betekent voor (lokale) overheidsorganisaties lees je in dit artikel.
Geen van deze vragen lost de secretaris zelf op. De opgave is om ze op de juiste plek te beleggen: bij bijvoorbeeld de ICT-organisatie, de proceseigenaren, afdelingshoofden, juristen, privacyfunctionarissen en het management. Maar de secretaris bewaakt dat de vragen überhaupt gesteld worden en dat de antwoorden samenhangen. Zo wordt rechtmatigheid geen controle achteraf, maar een uitgangspunt bij de ontwikkeling en inzet van AI.
HET ONGEMAK ONDER DE MOTORKAP
Digitale soevereiniteit
De meeste AI-toepassingen draaien op modellen van een handvol Amerikaanse techbedrijven. Dat roept een vraag op die verder gaat dan privacy: hoeveel grip houdt een gemeente op technologie die ze niet zelf in handen heeft? Bij traditionele software bepaalt een gemeente vooral hoe een toepassing wordt gebruikt. Bij generatieve AI is zij bovendien afhankelijk van een model dat door de leverancier wordt ontwikkeld en aangepast, zonder dat de gemeente daar volledige invloed op heeft. Dat vraagt om een expliciete bestuurlijke afweging over afhankelijkheid, transparantie en risico’s. Uit de AI Monitor Gemeenten 2025 blijkt dat slechts een klein deel van de gemeenten actief kiest voor Europese AI-oplossingen boven niet-Europese alternatieven (M&I /Partners, 2025). Toch is het een bestuurlijke afweging bij uitstek — over afhankelijkheid, over wat er met gemeentelijke data gebeurt en over de vraag of publieke waarden ook gelden voor de leverancier. Initiatieven als GPT-NL proberen een Nederlands alternatief tegenover de grote Amerikaanse aanbieders te zetten. Voor de gemeentesecretaris gaat digitale soevereiniteit over de vraag hoeveel invloed de gemeente wil houden op de technologie die zij gebruikt.
Een terechte tegenvraag. En toch: nee. De CIO is verantwoordelijk voor de bouw en het beheer van de techniek. Maar het verbinden van bestuurlijke ambitie, organisatie en publieke waarden is geen IT-vraagstuk, het is bestuurswerk. Juist daarom hoort AI ook op het bureau van de secretaris, niet alleen op dat van de informatieafdeling.
[1] https://aigovernance.vng.nl/
AI maakt de functie van de gemeentesecretaris niet minder relevant, maar bestuurlijk zwaarder. De uitdaging ligt niet in de technologie, maar in het organiseren van de voorwaarden waaronder die verantwoord werkt: richting, governance, rechtmatigheid en publieke waarden.
En die voorwaarden organiseer je niet met een nota. Nieuwe technologie krijgt pas waarde als medewerkers, management en bestuur samen leren hoe ze haar verantwoord inzetten. Daar ligt de rol van secretaris als veranderleider: niet de techniek invoeren, maar de organisatie meenemen. Juist in een tijd waarin systemen steeds slimmer worden, wint het menselijk oordeel aan gewicht en daarmee wordt de bestuurder die richting geeft, verantwoordelijkheid belegt en zorgt dat innovatie in dienst blijft van de samenleving nog belangrijker.
In dit artikel staat de gemeentesecretaris centraal als bestuurder die richting geeft, samenhang organiseert en publieke waarden bewaakt. Om die rol goed te kunnen vervullen, moeten ook de organisatorische randvoorwaarden op orde zijn. Van Dam Datapartners ondersteunt gemeenten daarbij op drie samenhangende terreinen:
Van AI-governance tot de eisen van de AI Act: we denken graag mee over hoe AI in dienst blijft van de publieke opgave. Meer weten? Neem contact op met onze expert Conny via conny@vandamdatapartners.nl
Duik in onze kennisbank voor nog meer artikelen, klant cases, whitepapers en webinars over dit onderwerp of ga direct met een expert in gesprek.
Wil je zelf ook verder met data, maar weet je niet waar je moet beginnen? In zulke situaties helpt het om eerst helder te krijgen waar je staat en wat je nodig hebt om verder te komen. Daarom werken wij met drie focusgebieden. Ze helpen je om je vraagstuk te kaderen en je koers te bepalen. Waar ligt jouw focus?